Hoe je kind voorbereiden?

Fietsen, fietsen, fietsen!

Om je zoon of dochter zo goed mogelijk voor te bereiden op Het Grote Fietsexamen, is het belangrijk dat je ook in gezinsverband aandacht besteedt aan fiets- en verkeersvaardigheden. Je kunt dat doen tijdens alle verplaatsingen die je samen met je kind maakt. We bevelen sterk aan om ook de route van het fietsexamen samen in te oefenen.

Wanneer mag mijn kind alleen fietsen? 

Dit is zowat de meest gestelde vraag die de VSV krijgt van ouders. Het antwoord: dat beslis je zelf als ouder.
Studies tonen aan dat kinderen vanaf de leeftijd van ongeveer 10 jaar alleen in het verkeer kunnen fietsen, maar opgedane ervaring speelt een belangrijke rol! Samen fietsen is dus de boodschap! Veel hangt ook af van het traject. Sommige trajecten of verkeerssituaties blijven onveilig, zelfs voor volwassen fietsers (auto's die te snel rijden, niet-afgescheiden fietspaden,...). Vooraleer je kind veilig alleen in het verkeer kan fietsen, kun je best hiermee rekening houden: 

  • Begin met je kind te begeleiden op een traject dat het regelmatig aflegt (Bv. naar school fietsen).
  • Wijs onderweg op aandachtspunten of mogelijke gevaren (Bv. altijd goed vertragen en kijken ter hoogte van zijstraten zelfs als je voorrang hebt, voorrang verlenen aan voetgangers op het zebrapad, oogcontact maken met autobestuurders, op een kruispunt nooit naast een vrachtwagen fietsen die gaat afslaan (dode hoek!!),...)
  • Na verloop van tijd kan je iets verder achterop rijden en bijsturen.
  • Voor elk nieuw traject spreek je samen een veilige reisroute af en leg je uit wat kan en wat niet kan. 
Tips
  • Zorg ervoor dat de fiets van je kind helemaal in orde is. Dit kun je gemakkelijk controleren met deze controlefiche.
  • Helm & hesje: maak er ook thuis een goeie gewoonte van! En geef als ouder het goede voorbeeld.
  • Je kind moet stuurvaardig genoeg zijn. Dat wil zeggen dat het alle mogelijke bewegingen en manoeuvres met de fiets vlot kan maken. Merk je dat dit toch echt nog wat oefening vraagt dan kun je in dit artikel heel wat nuttige tips en leerrijke spelletjes vinden.
  • Fiets regelmatig samen met je kind en oefen zo de vaarigheden in.
  • Fiets samen met je zoon of dochter de route van het fietsexamen een paar dagen voor het examen. Als je kind voorop rijdt, kun je goed zien wat er goed en fout gaat. Neem de ervaring na afloop door en laat ze eventueel nog een rondje fietsen.
Uit het verkeersreglement
  • Fietsers zijn bestuurders van een voertuig. Alle verkeersborden en -regels die voor bestuurders gelden, gelden dus ook voor fietsers! Als je afstapt en je fiets aan de hand neemt, ben je een voetganger.
  • Als er een fietspad is (aangeduid met verkeersbord en/of witte onderbroken wegmarkering), MOET je dat gebruiken! Is er geen fietspad, rijd je rechts op de rijbaan.
  • Als fietser ben je verplicht je arm uit te steken bij het afslaan (als dat veilig kan).
  • Om over te steken op een zebrapad stap je best af en steek je te voet over. Je hebt voorrang, en je hindert geen andere voetgangers. Fietsen op een zebrapad is niet verboden, maar je hebt dan geen voorrang en je mag geen andere weggebruikers hinderen.
  • Aan een fietsoversteekplaats (geblokte witte wegmarkering) heb je GEEN voorrang!
  • Rijd steeds rechts in de rijrichting (behalve als een verkeersbord aanduidt dat je in twee richtingen op het fietspad mag rijden)
  • In een eenrichtingsstraat mag je ook als fietser niet in. (tenzij er een onderbord 'uitgezonderd fietsers' hangt)
  • ’s Nachts en als het zicht beperkt is tot minder dan 200 meter, MOET elke fietser een wit of geel licht vooraan en een rood licht achteraan gebruiken. Ook knipperlichten zijn toegelaten. De lichten mogen op de fiets of op de fietser (rugzak, kledij,…) bevestigd worden (vaste fietsverlichting is dus niet verplicht).
  • Fietsers mogen met twee naast elkaar rijden op de rijbaan. Als het kruisen met een voertuig uit de tegengestelde richting onmogelijk is, moet je achter elkaar gaan rijden. Buiten de bebouwde kom moeten fietsers ook achter elkaar gaan rijden als er achter hen een voertuig nadert. Op een fietspad mag je altijd met twee naast elkaar fietsen, op voorwaarde dat je de andere fietsers niet hindert.
Weetjes
  • De grote meerderheid van Vlaamse kinderen tussen 10 en 12 jaar beweegt te weinig. Fietsen om zich te verplaatsen is een vorm van bewegen die eenvoudig in de dagelijkse routine kan geïntegreerd worden. Een uur fietsen per dag heeft als gevolg: een gezondere levensstijl, bescherming tegen verschillende kankers, diabetes en hart- en vaatziekten en een goede sociale en motorische ontwikkeling.
  • Als kinderen zelfstandiger zijn in hun mobiliteit, heeft dat een positief effect op hun motorische en sociale vaardigheden, en op de mate waarin ze de buurt kennen. Het is dus belangrijk dat ouders hun kinderen de nodige vrijheid geven om zich zelfstandig te verplaatsen met de fiets. Daarbij moeten ze uiteraard rekening houden met de gevaren van het verkeer in de woonomgeving. 
  • Kinderen die geregeld samen met hun ouders ergens heen fietsten (co-participatie), fietsen globaal gezien ook vaker en beter dan anderen. Verder moeten ouders aangemoedigd worden om zelf de fiets te nemen om zich te verplaatsen, omdat ze een rolmodel zijn voor hun kind.
  • Als kinderen zich ook in moeilijke omstandigheden (bv. bij slecht weer, bergop fietsen, materiaal meenemen) met de fiets verplaatsen, en daardoor meer vertrouwen hebben in hun eigen fietscapaciteiten, hebben ze ook meer kans om zich te verplaatsen met de fiets. Dat heeft dan weer een positief effect op zelfvertrouwen.
Meer